Verzet en een goed gesprek

Ik was een dagje in Amsterdam en wandelde wat rond aan de rand van het oude centrum. Een ´rastaman´ fietst me tegemoet, al vanaf ver hoor ik zijn vrijmoedige gezang. Ik steek mijn duim naar hem op en hij maakt een vriendelijk gebaar met zijn vrije hand terug, verliest vervolgens bijna de macht over zijn stuur en roept daarna met een donkerbruine, doorrookte stem, ´Jah mannn …´.

Schuin voor me loopt een meisje dat is ´verbonden met internet´, in haar vrije hand bungelt een doorzichtige zak van ´kraakfolie´, het folie omhult een enorme chocolade paashaas die me joviaal aankijkt.

Dan maak ik de oversteek naar het Waterlooplein, ik bekijk er de uitgestalde handelswaar en snuif de heerlijk geurende wierook diep in me op. De geur is prettig vermengd met de bedompte lucht rondom de tweedehands kleding die te lang aan ´de elementen´ heeft blootgestaan.

Zithoekje
Het ritmische getik van de regen op de strak gespannen zeilen boven mijn hoofd ´knaagt´ op een aangename manier aan mijn zintuigen. Aan het eind van de markt, op een tochtige hoek van het plein, staat een klein kleurig stalletje. Er ligt een keur aan artikelen in kleurig leder uitgestald, artikelen die met een duidelijk gevoel voor esthetiek tentoon zijn gesteld. Ik kijk wat beter om me heen en zie een klein zithoekje met krukjes, hier en daar staat een versleten houten kist met een kleedje erover en in het midden staat een stevig, zwart schoenmakers aambeeld opgesteld.

Plotseling staat de eigenaar van de kraam voor mijn neus. ´Hallo man, wat kan ik voor je doen, ben je ergens naar op zoek?´ ´Uhh, ja, ik zoek een riem …´ We raken aan de praat en we voelen al snel een duidelijke ´klik´. Het is een prachtige Noordwest-Afrikaanse man, dicht op elkaar gepakte ´kroeslokken´ omzomen zijn hele gezicht. Bij flarden komen spontaan van beide kanten ´bekentenissen´.

´Ja …´ , zegt hij, ´Ik zat ooit in het verzet, als kleine jongen, ik was net geen kleuter meer.´ Polisario, de bevrijdingsbeweging in de Westelijke Sahara verschijnt voor mijn netvlies maar ik vraag niet door, onwillig om hem te kwetsen. ´Ik ben ooit met mijn vader naar Nederland gekomen maar mijn moeder bleef achter´, vervolgt hij, terwijl hij me doordringend aankijkt. ´Hoe heb je het hier in hemelsnaam gered jongen, met zo’n valse start?´, zeg ik verbaasd. ´Het was mijn oma´, legt hij uit, ´Zij was mijn inspirator, het was een zware tijd, overal om me heen was geweld maar zij was anders. Ze was vredelievend en aan haar opvattingen hield ik me vast.´

Vastberaden
De woorden verlaten in spatzuiver Nederlands en ook nog verbazingwekkend opgewekt zijn mond. Ik kijk diep in zijn donkerbruine ogen en zie plots een jongen van ongeveer vijf jaar op blote voeten door een stofwolk heen op het brandende zand van een oneindige vlakte lopen. De jongen heeft een vastberaden trek om zijn mond en over zijn rug hangt, aan een rafelig touw, een oud geweer. Zijn lichtbruine onvolgroeide, maar wilskrachtige tenen spreiden zich bij elke stap in het zand, korrel voor korrel het zand verzettend om maar vooruit te komen. De woestijnwind slaat en geselt zijn jonge lijf, maar het deert hem niet en de marteling doet hem zijn honger vergeten.

Nu staat hij op een tochtig, donker plein in de regenachtige, asgrauwe stad, bedenk ik. En de wind die slaat en rukt nog steeds, maar heeft ook hier geen vat meer op hem. Zelfs niet meer op zijn haar, valt me op, de haarwortels hebben de ´stand van verzet tegen de wind´ vanuit zijn thuisland waarschijnlijk mee naar Nederland genomen. Hij draagt vast de woestijn nog in zich mee, de woestijn die wellicht van last verwerd tot houvast. Een keurig verzorgde, scherp ratelende Zuid-Afrikaanse dame verstoort plotseling ons samenzijn, ´Ek het soveel moeite gedoen om jou te krijg!´, zegt ze, terwijl ze hem opgelucht aankijkt. Ik sta weer op en neem afscheid, ´Tot ziens hè, jongen, bedankt voor het gesprek!´ Ik vervolg mijn weg en denk na over de verstrekkende gevolgen van het gedrag van maar één mens. Oma´s krijgen niet altijd de lof die ze verdienen, maar dat vinden ze zeer waarschijnlijk ook niet echt belangrijk.

DHA-H 468
DHA-H 468

Over de schrijver:

Skriks is getogen in Den Helder en hij schrijft ´omdat het niet anders kan´ maar ook omdat hij wil ´verbinden´. Skriks houdt van de geur van het suiker- en blaasjeswier, welke bij een stevige westenwind diep de Helderse stad in wordt geslingerd. Hij geniet van de zomerse schittering op een spiegelglad Marsdiep, maar ook van de subtiel geurende struikheide op de kalkarme duinen om hem heen. Desalniettemin, vlak achter die duinen ontgaan hem ook de beslommeringen van de ´tweebeners´ niet, want hij weet, hij is één van hen.

Lees ook:

2 reacties

  1. Judge X

    Mooie bespiegeling in beeldend verhaal Skriks; ik pufte van de hitte, voelde de zandkorrels tussen mijn tenen en zag de lucht trillen, toppie hoor ! 🙂

    Reply
  2. skriks

    Dank je Judge! Ik was er zelf ook tevreden over, ik heb er veel tijd ingestopt en heb het stuk ook de hoofdpersoon eerst nog laten lezen, hij was zelf ook erg content.
    Hij vond het prachtig om te zien hoe een ontmoeting zich ontwikkelt in het hoofd van een ander mens.
    Ja, het was bijzonder!

    Reply

Geef een reactie (heeft u wel de spelregels gelezen?)

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.