DHA-A leader
DHA-A leader

Kunst of afgunst

Den Helder heeft een woelige tijd achter de rug voor wat betreft de kunst, om maar eens met ´de zee´ te spreken. Kunstenaars en beelden gingen en kwamen.

Kort geleden zag ik een tv-programma over ´11 fonteinen´, die fonteinen moesten in de wereldberoemde 11 Friese steden worden geplaatst en zo deel uit gaan maken van een netwerk van kunst in steden over de hele wereld. De uiteindelijke bedoeling was dat vele duizenden mensen de hele wereld over gingen reizen om zich vervolgens te vergapen aan de kunst ter plaatse en wel via het volgen van bepaalde monumentenroutes.

De dames die het initiatief ertoe namen, onder het genot van een kopje thee met een ´kransje´, leefden gezellig samen in een klein wereldje. Ze droegen dezelfde kleding, lachten dezelfde lachjes en zakten met hun hakken ongeveer even diep weg in de klei van een dijk in ´het werkveld´ die als een ´uitstééekende´ plek voor een ´11 steden fontein´ werd bevonden.

Ter ´versterking´ was een Franstalige kunstkenner aangetrokken om de rondgang langs de steden wat meer cachet te geven en natuurlijk om de kijker een kans te geven om de kwaliteit van het door de dames gesproken ´Hollandse Frans´ goed te beproeven. De oprechte verbazing bij de geschokte dames over het feit dat de bewoners van de ´uitverkoren´ steden nou niet meteen laaiend enthousiast waren, bracht de door hen geleverde wanprestatie duidelijk naar de oppervlakte. Het recente ´Bolder-initiatief´ en de ophef erover in Den Helder vertoont overeenkomsten hiermee.

Reacties
Reacties op kunst verschillen altijd en vaak zelfs ´als dag en nacht´, dat is van alle tijden en pleister op de wonde voor ons is dat uiteindelijk bijna elk kunstwerk toch nog vaak deel gaat uitmaken van het decor van de stad, hoewel slechts een paar ervan uiteindelijk van meerwaarde zullen blijken te zijn en een enkele ´nooit zal wennen´. Een ieder kon echter weten dat ´de Zeehondjes’ en ‘de Jutter´ na verloop van tijd deel zijn gaan uitmaken van de identiteit van onze stad, ´jong gestreeld, nooit verveeld´.

Ook de club ´van geboorte´ van het nieuwe Helderse centrale kunstwerk heeft net als de ´theekransjes´ dames totaal niet beseft dat alleen wettelijke inspraakprocedures en zo procedureel vertalen wat de Helderse burger wellicht zou willen, geen vrijbrief zijn om door de stedelijke ´identiteits´porseleinkast te razen. Nee, het is de wijze waarop een dergelijk ´kunstwerk-project´ tot stand komt die somber stemt: bedrijfsleven, ondernemersverenigingen, ´ondersteunende diensten´… kortom; goed georganiseerd Den Helder biedt soelaas, maar eigenlijk alleen omdat vooral díé omgeving nu eenmaal over financiële draagkracht beschikt en ook via haar organisaties makkelijk tot initiatieven komt. Dat ontslaat dat bedrijfsleven echter geenszins van de morele plicht tot het houden van een buitengewoon gevoelig luisterend oor voor de héle stadsbevolking.

Ambitie
De grote maatschappelijk beperking zit hem in het feit dat het kleine en gesloten kringen zijn van waaruit dit soort initiatieven worden genomen en als complicerende factor is er daarnaast nog de interne, strikte (maar zelden uitgesproken en daardoor slecht zichtbare) ´hiërarchie van belangen´. Er zijn de leden die vaak overlopen van ambitie, een gegeven dat in die context vrij makkelijk kan leiden tot het ontstaan van een vernauwde blik, men voelt zich ´gedekt´ door een kleine, machtig geachte groep mensen. De eigen kleine wereld wordt zo ongemerkt leidraad en de buitenwereld al snel als boos, tegendraads, inferieur en dus als obstakel gezien. Andersom geldt dit natuurlijk precies zo; de burger ziet het ´beslissingstoneel´ als schimmig en vaak terecht als niet transparant en gooit haar kont tegen de krib. Het forméle ´transparantiespel´ wordt vanzelfsprekend flink uitgespeeld via inspraakprocedures, maar de goede luisteraar ter plaatse begrijpt vaak al snel dat zaken reeds beklonken zijn.

Alleen bijzondere en competente bestuurders weten deze kloof te overbruggen en tegelijkertijd vriendelijk en verstandig om te gaan met al bestaande sculpturen. Elk monument én de plek waar het zich bevindt is namelijk ´van iedereen´, de vrije ruimte in onze stad is een openbaar speelveld waarin louter plaats is voor uitgerijpte consensus. Een controversieel initiatief mag nooit leidraad tot verplaatsing van geliefde, bestaande kunstwerken zijn, vooral omdat beiden, zowel oud als nieuw, zonder schade en zelfs vrij eenvoudig ook naast elkaar kunnen bestaan. Bovendien, goede kunstwerken zijn tijdloos en ruimte hebben we genoeg.

DHA-H 468

Over de schrijver:

Skriks is getogen in Den Helder en hij schrijft ´omdat het niet anders kan´ maar ook omdat hij wil ´verbinden´. Skriks houdt van de geur van het suiker- en blaasjeswier, welke bij een stevige westenwind diep de Helderse stad in wordt geslingerd. Hij geniet van de zomerse schittering op een spiegelglad Marsdiep, maar ook van de subtiel geurende struikheide op de kalkarme duinen om hem heen. Desalniettemin, vlak achter die duinen ontgaan hem ook de beslommeringen van de ´tweebeners´ niet, want hij weet, hij is één van hen.

Lees ook:

3 reacties

  1. Judge X

    Wat de burger rest is aan het object een passende bijnaam toe te kennen, in dit geval word het volgens mij “Kolder-Bolder” – en dan moet hij nog geplaatst worden…. 😉

  2. Cees

    Ik zou dat “ding” aan Maassluis schenken!
    Daar hoort een sleepvaart-monument bij uitstek (en dat is een beting) te staan.
    In Den Helder iets van de Marine, Visserij, Reddingswezen!

Reageren is niet meer mogelijk.