Scholen willen PABO in Den Helder

5

Den Helder – De scholenkoepels in de Kop van Noord-Holland zijn het er unaniem over eens: om het lerarentekort in de Noordkop terug te dringen, zou het enorm helpen als er een pabo in Den Helder zou komen. “Al zou er maar een contactpunt komen, een aanspreekpunt. Dat draagt al bij.”

Want het gebrek aan een pabo lijkt het grootste probleem waar de noordelijke scholen mee te kampen hebben. Door het ontbreken van een lerarenopleiding in de buurt, trekken de toekomstige leraren weg en komen ze in de meeste gevallen niet meer terug. Al doen de scholen er wel van alles aan om leuk gevonden te worden door de studenten. “We willen laten zien dat dit een aantrekkelijke regio is”, zegt Nils van Heijst van Meerwerf Basisscholen. “Ja, aan de ene kant ligt Den Helder verder weg, maar er is genoeg werk en de huizenprijzen zijn hier nog laag. Daardoor houd je netto veel geld over.”

Dat heeft kennelijk effect, want de scholen komen nog niet in problemen door een gebrek aan docenten. “Wij hebben nog een paar vacatures openstaan”, aldus Van Heijst. “Ik ga er vanuit dat ook die worden vervuld.” Dit geldt ook voor Stichting Kopwerk/Schooltij. “Maar als er mensen in de loop van het schooljaar uitvallen door ziekte, wordt het wel steeds lastiger om invallers te vinden”, erkent Jan Bot van Stichting Kopwerk. “Al met al blijft het spannend.”

Instromers
De lege plaatsen worden vooral opgevuld door zij-instromers die zich laten omscholen, soms door de scholen zelf. “Wij investeren veel in stageplekken”, zegt Bot. “Om het probleem op te lossen moet je niet één ding doen, maar juist inzetten op meerdere maatregelen.” Meerwerf leidt zelf leraren op. “We vissen in dezelfde kleine vijvers en nieuwe leraren kunnen natuurlijk kiezen waar ze willen werken”, aldus Van Heijst. “Voor hen fijn, want ze kunnen kiezen op inhoud. Voor ons onzeker, omdat docenten gemakkelijker kunnen wisselen van baan.”

Uiteindelijk dromen beide bestuurders van een hogeschool in de Noordkop. “Het aantal studenten is te klein om te lobbyen voor een speciale opleiding in de Noordkop”, vindt Bot. Van Heijst is het daar mee eens. “Maar al komt er maar een contactpunt, een aanspreekpunt. Dat zou al bijdragen aan het terugdringen van het lerarentekort.”

5 REACTIES

  1. PABO naar Den Helder

    Historisch overzicht onderwijzersopleiding aan het Marsdiep. Een van mijn eerste (hoofd) artikelen in 1980 voor het Helders weekblad handelde over de onderwijzersopleiding tot omstreeks 1965 (nieuwbouw). Heb er in later jaren ten tijde van twee reünies ook twee radiodocumentaires over samengesteld.

    Op de eerste juni 1885 werd in een voormalige kostschool aan de Kolensteeg (een smalle straat van de Kanaalweg naar het oude noodpostkantoor) een aanvang gemaakt met de onderwijzersopleiding aan het Marsdiep. Deze zgn. “normaalschool” was voor iedereen toegankelijk, die een geslaagde basisopleiding achter de rug had. Na een hoofdzakelijk theoretische vorming kwamen de afgestudeerden niet direct voor de klas, maar assisteerden zij de leerkrachten en verwierven de naam “kwekelingen met acte” (afgekort KMA). Omdat de baan weinig geld opleverde (men werkte voor een paar grijpstuivers), werden de nieuwkomers ook wel “kwiek maar arm ” genoemd. Blijkens het jaarlijkse leerlingenbestand tussen 1913 en 1925 maakte de school een moeilijke periode door. Een dieptepunt werd bereikt begin jaren twintig, toen nog slechts enkele tientallen het gebouw aan de Kolensteeg bezochten. Hiervan slaagden acht voor het eindexamen. Intussen werkte de regering aan plannen die neerkwamen op samenvoeging van rijksopleidingen. Daarin paste de opheffing van een aantal normaalscholen in de kop van Noord-Holland en gelijktijdige vestiging van één grote kweekschool in Alkmaar.
    Toenmalig directeur G. Tjalsma had zijn bedenkingen en stelde zich op het standpunt dat de juttersstad met zijn niet kapitaalkrachtige bevolking zeker in aanmerking diende te komen voor een lerarenopleiding. Ook de plaatselijke overheid drong bij de Staat op aan om de oude situatie te handhaven. Tenslotte had men te doen met de grootste gemeente boven het IJ (in 1924 circa 31.000 zielen) en een groot aantal hier wonende rijks- en gemeente ambtenaren en neringdoenden, uit wier kringen veel onderwijzers komen. Het ministerie bleek ongevoelig voor deze argumenten. Onmiddellijk na de concentratie in 1924 toog men aan het werk om de onderwijzersopleiding aan het Marsdiep nieuw leven in te blazen. Tot de pleiters behoorden A. Zuidervliet, directeur van de Hogere en Middelbare Handelsschool en de Middenstandsvereniging. In 1931 nodigden B. en W. de omringende gemeenten uit voor een conferentie over de stichting van een lerarenopleiding. Vervolgens richtte het college zich tot de raad om een toelage aan een op te richten kweekschool te mogen verstrekken uit het gemeentelijk studiefonds. Het voorstel verwierf goedkeuring, waarna de voorbereidingen spoedig concreet gestalte kregen. Het kwam er dus op neer dat het onderwijs niet zou draaien met rijkssubsidie, maar dat de gemeente studietoelage zou geven aan de betrokken ouders. Op 8 september 1931 startte men weer met een klas van 24 leerlingen en 16 leraren. Dat het bestaan van de kweekschool ook in de latere crisisjaren aan een zijden draad hing, vond zijn oorzaak in het gering aantal aanmeldingen: in 1938 5 kwekelingen (!) en een jaar later waren dat er 7. In september 1939 was men gedwongen lokaliteiten elders te huren, omdat de Handelsschool, waar men sedert 1931 was gehuisvest, door militairen was gevorderd. Voortaan had men onderdak in lagerschoolgebouwen elders in de stad. Problemen stapelden zich op en in 1943 viel het besluit de financiële steun uit het gemeentelijk studiefonds stop te zetten. Sluiting van de eerste klas in het daaropvolgend seizoen was onafwendbaar. Op 1 september 1946 startte men weer met 18 leerlingen in ‘De Boet’ aan de Kanaalweg, die eigenlijk voor het naastgelegen lyceum was bestemd. In dat uit vijf lokalen bestaande houten onderkomen heeft men zich lange tijd kunnen behelpen In 1956 wees de toenmalige directeur P.G. Müller op het nijpend tekort aan ruimte. Deze noodkreet leidde tot het besluit om voorlopig onderwijs te geven in de Rehobothschool aan de Weststraat. In augustus 1958 liet het college weten geen bezwaar te hebben het braakliggend terrein Kanaalweg hoek Weststraat beschikbaar te stellen voor de stichting van een permanent gebouw. Na enkele onderhandelingen kon op 23 september 1963 door Muller de eerste van de 87 palen in de grond worden geslagen. De werkzaamheden aan het project namen totaal twee jaar in beslag. Het ging globaal om les- en practicumlokalen, een bibliotheek gymnastiekzaal, rijwielstalling en een aula. De officiële opening vond plaats op 27 november 1965.

  2. Och je moet het maar zo lezen. Ir’s summetime. Leuk om ook de komende weken heerlijk de archieven in te duiken en als het weer het toe laat een terrasje pakken. Nog niet eens zo ver van huis, want Den Helder blijft ondanks het politieke gewoel de (geboorte) stad van mijn dromen.

Comments are closed.