VVD: “SBCE slaat de plank mis, er is helemaal geen jurisprudentie”

18

Den Helder – “Er is helemaal geen jurisprudentie waaruit zou blijken dat een stadhuis op Willemsoord onmogelijk is.” Dat zegt VVD-raadslid Rogier Bruin in reactie op het persbericht van de Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Den Helder (SBCE), waarin voorzitter Paul Schaap meldt dat jurisprudentie de komst van een stadhuis naar Willemsoord onmogelijk maakt.

“Iedereen mag zijn mening verkondigen, maar als het om feiten gaat, zorg dan dat je informatie klopt. Dat is bij het laatste persbericht van de SBCE helaas niet het geval. De uitspraken waar de heer Schaap naar verwijst hebben namelijk geen enkele relevantie voor het huidige stadhuisplan.”

“Goede en zorgvuldige informatie is belangrijk, zeker bij een beladen onderwerp als het stadhuis. Daarom wil ik graag even verwijzen naar de vindplaats van de twee uitspraken waar de SBCE naar verwijst, zodat iedereen zelf zijn eigen factcheck kan doen. Het betrof hier trouwens in beide gevallen een kort geding, een civiele zaak dus, naar aanleiding van een geschil tussen twee private partijen. Alleen daarom al zijn deze uitspraken niet interessant voor de vraag of een stadhuis mogelijk zou zijn in een monument. Daarover gaat de bestuursrechter namelijk, niet de civiele rechtbank.”

De eerste van 2010 hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BM9928. En de tweede uitspraak van 2011: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBALK:2011:BP4362&showbutton=true&keyword=willemsoord.

Rechtsongelijkheid?
De SBCE beweert dat de rechter zou hebben gezegd “dat de huurder niets aan de buitenkant, de binnenwanden of de houtbouw mag bevestigen en dat de huurder rekening moet houden met de monumentale status van gebouw 66”. “Dit is onjuist. Want niet de rechter heeft dit gezegd, dit was een voorwaarde die Willemsoord als verhuurder had bedongen in de conceptovereenkomst met Kaap Helder BV. In de uitspraak wordt deze voorwaarde door de rechter alleen maar aangehaald. Dit is te lezen in overweging 2.12 van de tweede uitspraak.”

Het punt dat de SBCE dan wil maken is dat er sprake zou zijn van rechtsongelijkheid. Want Kaap Helder zou van Willemsoord geen toestemming hebben gekregen om ingrijpende wijzigingen aan te brengen aan gebouw 66, terwijl de gemeente dat straks met de bouw van het stadhuis wel zou mogen doen. “Als je de uitspraak goed leest, dan zie je dat Kaap Helder wel degelijk wijzigingen mocht aanbrengen aan gebouw 66 (in verband met de eventuele vestiging van een supermarkt). Zij had daar alleen vooraf toestemming voor nodig van Willemsoord. Dit wordt in het persbericht van de SBCE niet genoemd, maar hierdoor blijft van de conclusie in het persbericht natuurlijk niets over. Voor de volledigheid, dit is de betreffende passage, die dus door de SBCE selectief wordt gebruikt:”

Tevens werd in artikel 8.7 van de overeenkomst door Willemsoord als verhuurder bedongen dat zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van haar door de huurder niets aan de buitenkant of aan de binnenwanden en de houtbouw van het gehuurde bevestigd mag worden en dat de huurder rekening dient te houden met de rijksmonumentale status van het gebouw.

Mogen er aanpassingen worden gedaan aan een monument als gebouw 66?
Wat betreft die andere rechterlijke uitspraak slaat de SBCE volgens Bruin ook de plank behoorlijk mis. “In die uitspraak constateert de rechter slechts (in 4.8) het volgende: “Gebouw 66 is een monumentaal pand, dat alleen mag worden gebruikt zonder dat ingrijpende voorzieningen worden getroffen”. Dit klopt helemaal. Ingrijpende aanpassingen aan een monument mogen namelijk pas worden gedaan als daar een omgevingsvergunning voor is gegeven. Tot die tijd zijn ingrijpende voorzieningen niet toegestaan. Dat is een belangrijke nuancering, want daar ging het nu juist om in deze zaak. Het zou namelijk ongeveer twee jaar gaan duren voordat die bouwvergunning er zou zijn, zodat Kaap Helder al die tijd geen gebruik kon maken van gebouw 66. Om die supermarkt te kunnen realiseren zouden immers ingrijpende aanpassingen moeten worden gedaan aan het gebouw.”

Er worden in Nederland regelmatig (rijks)monumenten verbouwd of ze krijgen een andere, nieuwe, bestemming. Dat mag ook gewoon, zolang daar maar een omgevingsvergunning (vroeger: bouwvergunning) voor is verleend (zie: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingsvergunning/de-omgevingsvergunning-en-rijksmonumenten).

“Als het gaat om een ingrijpende wijziging van of aan het monument, dan kan de bouwvergunning alleen maar worden verleend indien eerst advies is gevraagd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Met andere woorden: een monument ingrijpend wijzigen of aanpassen is gewoon toegestaan, zolang er maar een bouwvergunning is afgegeven met een advies van de RCE.”

“Zullen we in het geval van het stadhuis gewoon met z’n allen die omgevingsvergunning voor de verbouwing van gebouw 66 afwachten, inclusief advies van de RCE? In plaats van roepen dat de gemeente iets aan het doen is wat niet geoorloofd zou zijn…? Je zou eigenlijk verwachten dat een stichting die zich, gelet op haar naam, inzet voor behoud van cultureel erfgoed, weet wat de regels zijn ten aanzien van de verbouwing van monumenten, cultureel erfgoed dus….”

18 REACTIES

  1. het modder gooien is begonnen?

    die omgevingsvergunning zal wel makkelijk afgegeven worden ja, gevalletje van de slager keurt zijn eigen vlees?

    • De gemeente is verplicht om de concept-bouwvergunning eerst voor te leggen aan de RCE voor advies. Er is ook nu al regelmatig overleg met de RCE, dus hoezo makkelijk? En iedere belanghebbende kan in bezwaar en beroep gaan tegen die verleende omgevingsvergunning. Dus als je het niet eens bent met die vergunning, dan zal de rechtbank en eventueel, in hoger beroep, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State toetsen of de omgevingsvergunning terecht is verleend. Gelukkig geldt in onze rechtstaat dat de slager nu juist zijn eigen vlees keurt!

  2. Tja, daar is geen speld tussen te krijgen. Het ziet ernaar uit dat de stichting Behoud Cultureel Erfgoed ons – in elk geval de tegenstanders van de komst van een stadhuis naar Willemsoord – blij maakte met een dode mus.
    Onvolledig en selectief citeren uit een rechterlijke uitspraak teneinde het publiek op het verkeerde been te zetten getuigt overigens van een bedenkelijk niveau…

  3. Beste Rogier Bruin,je hebt naar mijn idee gelijk in deze,gezien het feit dat het gebouw dusdanig veranderd gaat worden,is er een omgevingsvergunning vereist.
    Gezien het verzet van de burgers,tegen vestiging,en alle andere denkbare bezwaren zal het idd bij sector bestuursrecht komen,uiteindelijk raad v state.
    Als jezelf kijkt v/a startpunt om de bijlweg locatie te renoveren,en waar jij als vvd nu staat,is het natuurlijk bestuurlijk gezien een wanprestatie 1e klas te noemen.
    Nog afgezien om via deze vestzak broekzak constructie WO winstgevend cq kostendekkend te maken.
    Dat je daarbij krachtig steun verleend aan het torpederen van ieder initiatief om tot een raadgevend referendum te komen,zodat het mogelijk gemaakt wordt om de draagkracht te meten inzake deze.
    Je bent met al deze bovenstaande acties wel heel erg ver van de burger af komen te staan.

  4. Het bovenstaande langdradige verhaal van Rogier Bruin mist de essentie van het persbericht van Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Den Helder (SBCE). Als verbonden partij van de gemeente Den Helder heeft Willemsoord BV aan particuliere huurders van Gebouw 66 steeds de voorwaarde opgelegd dat er geen bouwkundige aanpassingen aan het monumentale pand zijn toegestaan. Nu de gemeente, 100% aandeelhouder van Willemsoord BV, zelf Gebouw 66 wil huren zou die huurvoorwaarde opeens niet meer gelden. Uit het schetsontwerp voor Gebouw 66 blijken immers belangrijke bouwkundige aanpassingen. Een sprekender voorbeeld van rechtsongelijkheid is moeilijk te vinden.

    • Beste meneer Schaap, ik herhaal toch nog even de volledige voorwaarde, zoals die hierboven ook al is geciteerd:
      “Tevens werd in artikel 8.7 van de overeenkomst door Willemsoord als verhuurder bedongen dat zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van haar door de huurder niets aan de buitenkant of aan de binnenwanden en de houtbouw van het gehuurde bevestigd mag worden en dat de huurder rekening dient te houden met de rijksmonumentale status van het gebouw.”

      “Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming” dus……
      Als je eigenaar bent van een monument en je wil daar een huurder gebruik van laten maken, dan wil je voorkomen dat die huurder allerlei dingen gaat doen die niet zijn toegestaan in geval van een (rijks)monument. Dat doe je door contractueel vast te leggen dat die huurder alleen maar met schriftelijke toestemming van jou als eigenaar iets mag aanpassen aan het gebouw. Sommige aanpassingen zijn wel toegestaan, bijvoorbeeld als je iets moet repareren of zo. Maar voor de meeste aanpassingen heb je een bouwvergunning nodig en vaak zelfs een advies van de RCE. En wie wordt er op aangesproken als dat niet gebeurt…? Inderdaad: de eigenaar. Dus kan je maar beter goede afspraken maken met een huurder van het pand.

      Dat stukje “zonder voorafgaande schriftelijke toestemming” is behoorlijk essentieel, lijkt me. Ik herhaal deze essentie dus nog maar even voor het geval u die in het artikel had gemist.

  5. Zeer bijzonder dat je als raadslid je volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak liever niet uitvoert en, via een vaag statement vol aannames, op de stoel van het college gaat zitten. Dat is immers de partij die dit hoort te beantwoorden…

    • Beste Hans , sinds wanneer hoort het onze inwoners voorzien van juiste en zorgvuldige informatie niet meer tot mijn volksvertegenwoordigende rol….? Want dan heb ik die memo gemist waarschijnlijk
      Maar ik begrijp uit je bericht wel dat je het dus helemaal eens bent met mij, want anders had je wel een inhoudelijke reactie geplaatst natuurlijk

  6. Beste Rogier, Hans Boskaljon heeft wel degelijk gelijk dat het College hierop had moeten reageren.

    Het is ook een feit dat je als volksvertegenwoordiger een controlerende taak hebt. Daarbij is de doelstelling dat je in de eerste plaats het College controleert op foute en verkeerde aannames.

    Je benoemt de RCE. Een organisatie die normaliter moet kijken wat er allemaal mogelijk is bij monumentale panden. Zo hebben ze in het verleden de enorme puist op de Schouwburg goed gevonden. Het bleek alleen achteraf eigenbelang te zijn van de Rijksbouwmeester, die na het goedkeuren van de puist op de Schouwburg zijn ontslag indiende bij de RCE en verder ging als architect van de Schouwburg.

    Blijkbaar vinden de mensen binnen de VVD dit heel normaal. Ook jij hebt je hieraan schuldig gemaakt door in te stemmen met deze constructie.

    Civiele procedures versa Bestuursrechtspraak
    Een civiele procedure heeft een zelfde zwaarte als een bestuursprocedure. En de bestuursrechter zal jurisprudentie uit een civiele procedure wel meewegen.en dit gebeurt uiteraard ook vice versa.

    Je hebt dus ook maar ten dele gelijk als je kijkt naar een aantal punten binnen de uitspraken. Maar er zijn wel degelijk punten die best kans maken binnen de bestuursrechtsspraak.

    Verder is het ook van belang mee te nemen dat bij deze procedures wel twee private partijen betrokken waren, maar één van deze private partijen is 100% eigendom van een overheidsinstelling, genaamd Gemeente Den Helder. De bestuursrechter zal hier wel degelijk rekening mee houden als de jurisprudentie uit een civiele procedure wordt gevoegd in een bestuursrechtelijk proces. er zijn meerdere dossiers waarbij dit in Den Helder aan de orde is.

    Bestemmingsplan
    De VVD is medeverantwoordelijk voor het bestemmingsplan Willemsoord waarbij het aantal m2 kantoorruimte is gemaximaliseerd. Ook jij hebt hier volmondig Ja tegen gezegd toen het bestemmingsplan is aangenomen. En je weet donders goed dat we dat gedaan hebben om de bedrijven met milieucategorie 5 te beschermen. om die reden hebben we ook geen woningbouw op Willemsoord toegestaan.

    En waar is de VVD met het geluidsrapport dat de bedrijven rondom de beoogde panden niet meer geluid maken dan 65dB op de gevels van de panden waar het stadhuis moet komen. dat is namelijk het wettelijke kader voor geluidsgevoelige panden waar ook kantoren en gemeentehuizen onder vallen.

    Gaat de VVD, en jij persoonlijk de financiële gevolgen dragen op het moment dat ambtenaren gaan klagen over geluidsoverlast, waardoor de reeds al jaren bestaande bedrijven moeten wijken voor het stadhuis?
    Zo ja, zet dat met jou fractie zwart op wit, met jullie handtekeningen eronder.

    Want iedereen weet dat deze gemeente koste wast kost een stadhuis op Willemsoord wil bouwen, en daar rustig binnen het bestemmingsplan, milieucategorie 5 rustig terug draait tot milieucategorie 3.
    Als dat werkelijkheid wordt zijn alle ambachtelijke nautische bedrijven ten dode opgeschreven, en bent jij als VVD-er mede verantwoordelijk voor de faillissementen.

  7. VVD er Bruin
    Jurisprudentie of niet, of hetgeen door de SBCE gesteld wordt en uitgesproken door Paul Schaap, al of niet relevant is voor het huidige stadhuisplan, wordt wel duidelijk na de gerechtelijke uitspraak en niet door een wensgedachte van de heer Bruin van de VVD.

    Deze uitspraken hoezeer ook Bruin dat niet wil, zijn zeker interessant en zullen tenminste worden gezien door de bestuursrechter en wellicht worden meegewogen.
    “Goede en zorgvuldige informatie is belangrijk, aldus Bruin, zeker bij een beladen onderwerp als het stadhuis.
    Een gotspe dit te vernemen van iemand die juist bij een belangrijke besluitvorming zoals bij het realiseren van een stadhuis, alle beginselen van behoorlijk bestuur en democratische besluitvorming aan zijn laars lapt.
    Na aanwijzing van een rijksmonument geldt een zogenaamde instandhoudingsplicht: een eigenaar moet zorgen dat zijn of haar rijksmonument zodanig onderhouden wordt dat behoud gewaarborgd is.
    Dit is geregeld in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet.
    Zo een onderhoudsplicht is ook van toepassing op gemeentelijke of provinciale monumenten.
    Dat blijkt dan bijvoorbeeld uit de ter plaatse geldende Erfgoedverordening.
    Dit gegeven de onderhoudsplicht is Den Helder opgebroken, er is sprake van achterstallig onderhoud aan gebouw 66, verpaupering dreigt.
    Het is deze omstandigheid en niet andere, die er toe heeft geleid, het stadhuis hier te vestigen. Dat deze passend zou zijn in het nautisch kwartier is niet anders, eufemistisch gezegd een leugentje om bestwil.

    Financiele omstandigheden of mogelijke financiële consequenties zijn geen redenen die kunnen afdoen aan de instandhoudingsplicht die op de eigenaar van het monument rust.
    Het bestemmingsplan.
    Zowel in de toelichting als de planvoorschfiften wordt niet gerept over de komst van een stadhuis.
    Hoe graag Bruin dat ook wil, de begripsomschrijving maatschappelijke doeleinden is niet toereikend er is naar toe geredeneerd.
    Het voornemen om het stadhuis op Willemsoord te vestigen, zet de uitgangspunten van het vigerende bestemmingsplan op zijn kop en leidt alleen al om die reden tot een planherziening.
    De houdbaarheidsdatum van het bestemmingsplan 10 jaar, is zo goed als verstreken en zal ongetwijfeld een rol spelen in de bezwarenprocedure.
    Gebouw 66, omgevingsvergunning.
    Voor de verbouw van een (rijks)monument is een omgevingsvergunning nodig.
    Over het algemeen geldt dat voor iedere wijziging van een beschermd monument een omgevingsvergunning nodig is.
    Voor rijksmonumenten bepaalt bijvoorbeeld artikel 2.1, eerste lid, onder f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
    Het hier gestelde geeft te denken over de haalbaarheid, maar goed die discussie komt nog wel!
    Wanneer wordt een dergelijke vergunning zoal verleend? Een omgevingsvergunning aangevraagd met het doel een monument te wijzigen wordt bijvoorbeeld verleend wanneer sprake is van:
    een sobere en doelmatige restauratie, waarbij de materiële aantasting van het monument beperkt is en het karakter van de structuur van het monument hierdoor niet wezenlijk wordt aangetast. 
    De race is, hoe graag de Bruin dat met zijn misplaatste powerplay ook wil doen geloven, is in volle gang en niet gelopen!
    Dat zijn de feiten van belang voor de omgevingsvergunning, waar de coalitie blind aan voorbij zal gaan, de bestuursrechter niet.
    We gaan het meemaken!
    Martien Rietveld

  8. Hebben ze een VVD er gevonden die woordvoerder voor de heer Wouters gaat spelen, hoop wel dat hij er zelf bij is vanavond 😉

  9. Het vestigen van het stadshuis op WO is een gotspe.
    Na de restauratie kregen ALLE gegadigden voor een pand te horen dat er geen spijker in een muur/balk mocht worden geslagen. Vanwege de Rijksdienst voor Monumenten. En dat zou nu niet meer zo zijn ??
    Lachwekkend ons gemeentebestuur, gewiekst maar inkompetent.

  10. wie heeft hier financieel voordeel bij? stadhuis, schouwburg, bagger storten, kooyhaven. wie o wie

Geef een reactie (heeft u wel de spelregels gelezen?)

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.